Kamers achter achterkamers, het echte transparantieprobleem

Door Carina van Os

De transparantie van de Europese Unie is een befaamd probleem. De afgelopen maanden was er veel kritiek op de transparantie van de lobby. Ook in Brussel. De registratie moet beter om de werkzaamheden van lobbyisten bloot te leggen en zo de transparantie te bevorderen. Door deze negatieve aandacht van pers en politici wordt de aandacht van het echte probleem naar een veel kleiner probleem verschoven. Het daadwerkelijke transparantieprobleem bevindt zich namelijk niet bij de lobby.

Lobbyisten proberen de besluitvorming te beïnvloeden. Dat doen ze via politici en zo kan het zijn dat de wetgeving zoals zij die graag zien, er komt zoals zij die graag zien. De Europese Commissie geeft al jaren aandacht aan het ‘transparantieprobleem’ dat de lobby met zich meebrengt. Begrijpelijk dat ze willen weten wie er invloed heeft. Wel moet gerealiseerd worden dat een lobbyist niets over de uiteindelijke besluitvorming te zeggen heeft.

De Europese instellingen hebben dit wel. De communicatiemeisjes bij de Europese instellingen zijn druk met het verspreiden van berichten over het belang van de transparantie van de bezigheden van lobbyisten. De bezigheden van de Europese instellingen zelf worden echter liever geheim gehouden.

Als de Commissie, het Parlement en de Raad na twee lezingen (pogingen om tot een deal te komen) niet overeen zijn gekomen, wordt er een bemiddelingscomité in werking gesteld. Hierin zitten vertegenwoordigers van alle lidstaten en politieke stromingen. In totaal heeft zo’n comité een omvang van 54 personen. Deze onderhandelingen zijn niet openbaar en mogen als achterkamertjespolitiek worden beschouwd. Bij een overeenstemming kunnen Parlement en Raad deze alleen nog goed- of afkeuren.

Het overeenkomen in deze comités kost veel tijd en moeite door de aanwezigheid van de vele personen. De noodoplossing zijn trilogen: informele vergaderingen waarin delegaties van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van Ministers onderhandelen over wetsvoorstellen. Deze kamer zit nog achter de achterkamer van een comité. Omdat trilogen de snelheid van de wetgevingsprocedure aanzienlijk verhogen, worden ze steeds vaker ook al gehandhaafd bij de eerste of de tweede lezingen. Maar, u begrijpt: wat hier exact besproken wordt, komt geen burger, lobbyist of journalist ooit te weten.

“Wat hier exact besproken wordt, komt geen burger, lobbyist of journalist ooit te weten”

Door de trilogen is het moeilijk om de politieke besluitvorming te volgen en begrijpen. Trilogen zijn niet alleen bezwaarlijk vanwege de slechte transparantie, ook de vertegenwoordiging loopt spaak. Waar bij een bemiddelingscomité alle lidstaten en stromingen vertegenwoordigd zijn, zijn er bij een triloog veel minder mensen aanwezig. Het is dus de vraag welke personen met welke belangen de overeenkomst sluiten. Een tweede punt waar de vertegenwoordiging spaak loopt is bij de trilogen bij de eerste en tweede lezingen. De mening van het Parlement doet er dan niet toe omdat de overeenkomst al in een triloog ingericht is.

Los van de andere instellingen maakt de Europese Commissie gebruik van expertgroepen. Deze spelen een grote rol bij het ontwikkelen van wetgeving. Uit een onderzoek van de Europese Ombudsman blijkt dat het evenwicht in deze groepen ontbreekt: bepaalde bedrijfsbelangen zijn in hun voordeel of experts met persoonlijke belangen nemen deel aan de groepen. Vaak is het onduidelijk wie er deel uitmaakt van de groep en welke belangen deze persoon heeft.

De jacht op de lobby lost niets op aan het transparantieprobleem bij de Europese instellingen. Lobbyisten kunnen nog zo transparant zijn, zolang de Europese instellingen dat niet zijn, blijft de besluitvorming troebel. Het wordt tijd dat de Europese instellingen naar hun eigen manier van werken en wetgeven gaan kijken. Trilogen en expertgroepen moeten transparanter. Dan wordt de transparantie pas echt aanzienlijk vergroot.

Leave a Reply