Recensie ‘De kloof. Is Europa nog van ons?’

 

Door Carina van Os

Het boek van Europarlementariërs Ivo Belet en Esther de Lange is zoals zij het zelf noemen ‘een daad van verzet’. Tegen de stroom van pessimisme, wantrouwen en fatalisme. Tegen de januskop van menig politicus, Europeaan in Brussel; bij thuiskomst een heel ander gezicht. Tegen de passieve houding van de politieke leiding, waardoor de publieke onvrede toeneemt. Ivo Belet en Esther de Lange zijn beiden Europarlementariër. Belet voor de Vlaamse christendemocraten (CD&V), de Lange voor de Nederlandse (CDA). Zowel het CD&V als het CDA is verbonden aan de Europese Volkspartij.

Het boek begint met de vraag: crisis als kans? Europa heeft al eerder crises moeten doorstaan, denk aan het mislukken van de Europese defensiegemeenschap en de economische stagnatie in de jaren zeventig en tachtig. De schrijvers verwijzen naar wat Jean Monnet schreef in zijn Mémoires: ‘L’Europe se fera dans les crises et ella sera la somme des solutions apportées à ces crises.’ Oftewel: juist dergelijke crises maken het uiteindelijke Europa. Toch vragen zij zich af of deze methode anno 2017 nog werkt: ‘De herinnering aan de wereldoorlogen en het verdeelde Europa is niet langer de primaire drijfveer voor ons handelen. Waar de collectieve herinnering van die allesverwoestende oorlogen langzaam vervaagt, verdwijnt ook de onzichtbare drang tot vreedzame samenwerking bij de volkeren van het Europese continent.’

In de volgende negen hoofdstukken benoemen de Europarlementariërs de grootste kloven in Europa, geven zij daar toelichting bij en reiken zij de stappen aan die nodig zijn voor verbetering. Besproken wordt onder meer de kloof tussen het Europa van de beginjaren en de Unie waar de 21ste eeuw om vraagt. De auteurs verwijzen naar een boodschap van Robert Schuman die toepasselijk is voor het Europa van nu: ‘Celui qui n’ose pas s’attaquer à ce qui est mauvais, sait mail défendre ce qui est beau.’ Wie het slechte niet durft aan te pakken, is ook niet in staat het mooie te beschermen. Genoemd worden het afschaffen van de maandelijkse verhuizing naar Straatsburg en het harder aanpakken van lobbyisten en politici die over de scheef gaan, bijvoorbeeld oud-EU-Commissievoorzitter José Manuel Barroso die besloot voor Goldman Sachs te gaan werken.’Wie het slechte niet durft aan te pakken, is ook niet in staat het mooie te beschermen.’

Ook wordt de kloof tussen hen die de grenzen graag open zien en hen die ze liever zien sluiten genoemd en hoe de vluchtelingenstroom tevens een kloof blootlegt tussen Oost- en West-Europa. De schrijvers betogen dat de tegenstelling tussen solidariteit met vluchtelingen en een kordate bewaking van de Europese grenzen een valse is. Maar dat Europa wel hard moet kunnen zijn om zijn zachte waarden en de kwetsbaarsten te kunnen beschermen.

Opvallend is het betoog voor samenwerking op het gebied van defensie. Zoals de auteurs zelf al schrijven ‘Tot nu toe is het nog altijd vloeken in de kerk als daarover wordt gesproken’. Maar met oorlog op honderd kilometer van onze oostgrens, de dreiging van Poetin in het noorden, islamitisch fundamentalisme en terreur en de VS die de andere kant opkijken, is de EU volgens hen verplicht aan haar burgers de handen ineen te slaan. Ook opperen de auteurs een Europees Federal Bureau of Investigation, maar zij voegen daaraan toe: ‘Politics is the art of the possible en zet dus in op wat vandaag wel haalbaar is’. Echter, ‘EU-landen die een sterkere Europese defensie willen, moeten niet wachten op de laatste twijfelaar, maar een kopgroep worden’.

Tevens opvallend zijn de oplossingen die worden aangedragen ter verbetering van de kloof tussen de burgers en Europa en nationale en Europese politiek. De auteurs pleiten hier voor een grotere betrokkenheid van de nationale parlementen en stellen voor om, in tegenstelling tot een rode of een gele kaart, een groene kaart in te voeren waarmee nationale parlementsleden Europa kunnen aanzetten tot een bepaald initiatief. ‘Constructief in plaats van destructief.’ Ook verzetten zij zich tegen de aanhoudende loze beweringen dat Europa niet democratisch is. ‘De aanstelling van bijvoorbeeld de Nederlandse of Belgische premier verloopt niet anders dan de aanstelling van de voorzitter van de Europese Commissie.’ En, geïnspireerd door Van Reybrouck, stellen zij voor om een volksbijeenkomst te organiseren met gelote burgers uit alle uithoeken van Europa en uit alle landen. ‘Laten we het gewoon proberen. Niet met als einddoel dat het in de plaats komt van de parlementaire democratie, maar wel om op zoek te gaan naar wat ons bindt in Europa.’

De kloof is een goed leesbaar boek. De structuur is overzichtelijk: ieder hoofdstuk vangt aan met een voorbeeld, vanwaar de auteurs een kloof aanduiden en verbeterpunten aandragen. Ook verder in de hoofdstukken worden veel voorbeelden genoemd, waardoor de informatie gemakkelijk te begrijpen is. Anders is de opmaak van de inhoud, bestaande uit heel veel verschillende stijlen. Aan de ene kant wordt door de verschillende opmaakstijlen duidelijk dat er iets nieuws begint ten opzichte van voorgaande, maar aan de andere kant geeft het een rommelige indruk.

Net als de groene kaart is dit boek constructief. Deze politici durven de problemen van de huidige Unie te benoemen en verbeteringen aan te dragen, in tegenstelling tot de Nederlandse politici die het onderwerp Europa tijdens de verkiezingen zo goed als doodzwegen. Het boek heeft een boodschap voor de wel degelijk passieve nationale politieke leiding: ‘Om vooruit te komen moet je weten waar je heen wilt. Het is de plicht van de politici om die koers te blijven aangeven en de angst van antwoord te dienen. Luisteren naar de grieven van de boze burgers, maar niet zomaar met hen meebuigen.’

Foto: Lannoo