Landbouw in Europa deel III: Anja Hazekamp (PvdD) aan het woord

Door Carina van Os

In dit deel van Landbouw in Europa deelt Anja Hazekamp haar visie over de Europese landbouw. Ze is Europarlementariër namens de Partij voor de Dieren. Deze kwam in 2014 voor het eerst in het Europees Parlement.

Je bent lid van de landbouwcommissie, wat wil je hierin bereiken?

“Ik laat in de landbouwcommissie een nieuw geluid horen, dat niet uitsluitend gericht is op de groei van de Europese landbouwsector, maar waarbij de belangen van dieren, natuur en milieu voorop staan. De andere Europarlementariërs spreken bij debatten over landbouw voornamelijk over hoe het huidige landbouwbeleid in stand kan worden gehouden en hoe we nog massaler en goedkoper kunnen produceren en hoe we die massaproductie met nog meer landbouwsubsidies kunnen laten voortduren. Maar het is onmogelijk om oneindige groei na te streven op een  planeet met eindige reserves.

We gebruiken nu al meer van de aarde dan zij aankan. Dat de huidige landbouw in Europa heel veel dierenleed veroorzaakt, desastreus is voor ons milieu en grote gevolgen heeft voor mensen in minder ontwikkelde landen buiten Europa; daar hoor je niets over. Je kunt niet negeren dat 1 miljard mensen op deze aarde honger lijden, terwijl wij hun voedsel aan koeien, kippen en varkens voeren die staan weg te kwijnen in megastallen. Je kunt niet negeren dat boeren in ontwikkelingslanden kapot worden geconcurreerd, omdat Europa er massaal goedkope bulkproducten dumpt. Je kunt niet blijven negeren dat dit beleid tot gevolg heeft dat veel boerenbedrijven de race-to-the-bottom niet kunnen bijbenen en ten onder gaan aan het Europese groeidenken.

Ik wil dat de Europese Unie een duurzame toekomst nastreeft, met een gezonde landbouwsector die belangen van dieren, natuur en milieu hoog in het vaandel heeft en waarbij boeren een eerlijke prijs krijgen voor eerlijke producten.”

Hoe zet jij je in voor de agrarisch ondernemers die negatieve gevolgen ondervinden van de Russische boycot?

“Hoeveel subsidies moeten boeren krijgen om hun huidige overcapaciteit in stand te houden? Dat is de enige vraag die op dit moment lijkt te tellen in Brussel. Het is terecht dat boeren niet zomaar aan hun lot worden overgelaten, nu ze hun waar plotseling niet meer kwijt kunnen aan Rusland.

Maar ook bij dit specifieke probleem zitten de traditionele politici vast in hun tunnelvisie: hoe houden we de massaproductie in stand en waar slijten we de extra productie?’De Russische boycot is juist een ideale gelegenheid om de overcapaciteit van de Europese landbouw af te bouwen. Om over te schakelen naar lokale en duurzame productie. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf; boeren verdienen daarbij ondersteuning. Het geld dat we nu inzetten om producten op te slaan, door te draaien of nieuwe afzetmarkten te zoeken, is een doekje voor het agro-industriële bloeden. We kunnen dat geld beter investeren om bedrijven te laten produceren voor de regio en om een grote verduurzamingsslag te maken. Dat is beter dan jaarlijks tientallen miljarden belastinggeld in te zetten voor het krampachtig in stand houden van een systeem dat zich op een doodlopend spoor bevindt.”

“Traditionele politici zitten vast in hun tunnelvisie: hoe houden we de massaproductie in stand?”

Wat vind je van de afschaffing van het melkquotum?

“De consumptie van melk is in Nederland en andere Europese landen fors gedaald: van 100 naar 60 liter per jaar. Toch neemt de melkproductie alleen maar toe, wat leidt tot melkoverschotten. Met het afschaffen van het melkquotum zal de melkveehouderij verder intensiveren en zal de melkplas nog groter en dieper worden. Die hoge melkproductie is niet gratis, maar wordt gefinancierd met miljarden aan Europese landbouwsubsidies. Daarnaast betalen de boeren zelf een hoge prijs, omdat vele boeren de schaalsprong niet overleven en noodgedwongen moeten stoppen. Maar de hoogste prijs wordt betaald door de dieren, het milieu, de biodiversiteit en het klimaat.

De gezond- en welzijnsproblemen van koeien en kalveren in de intensieve melkveehouderij zijn groot. Meer koeien, die nog meer melk moeten geven in nog grotere megastallen. De koeien worden letterlijk leeggemolken, waardoor hun eigen gezondheid eronder te lijden heeft. Een derde van de melkkoeien komt zelfs nooit buiten. Stierkalfjes worden direct na de geboorte bij hun moeder weggehaald om te worden vetgemest. Door verdere intensivering zal het dierenwelzijn nog meer in de knel komen.

Kleinere boerenbedrijven zullen (verder) in de problemen komen. Velen zullen de schaalsprong niet kunnen maken. Om hen heen zullen steeds meer megastallen verschijnen, die ten koste van dieren en milieu nóg goedkopere melk produceren. Het huidige Europese beleid dwingt de kleinere boeren om te stoppen of om ook te kiezen voor uitbreiding en massaproductie. Het is slikken of stikken!

De melkveehouderij heeft grote gevolgen voor natuur en milieu. Maar liefst 30 procent van het biodiversiteitsverlies in Nederland wordt veroorzaakt door de veehouderij, met name door de enorme mestoverschotten. Maar ook ver buiten Europa bedreigt de melkveehouderij de biodiversiteit. Zo is de sector verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de uitstoot van broeikasgassen; elke liter melk zorgt voor de uitstoot van 1,4 kilo CO2! Daarnaast worden koeien in toenemende mate gevoerd met krachtvoer, zoals soja, veelal afkomstig uit voormalige regenwouden.

De afschaffing van het melkquotum heeft tevens een negatief effect op ontwikkelingslanden, waar straks nog meer Europese subsidiemelk gedumpt wordt. Europa sponsort de industriële landbouw de komende jaren met 363 miljard aan belastinggeld en daar kunnen boeren in ontwikkelingslanden qua prijs niet mee concurreren. Brussel zorgt er met miljarden belastinggeld voor dat de kleinere boeren verdwijnen in Europa en maakt boeren in ontwikkelingslanden kapot.

Deze negatieve bijeffecten van de melkindustrie zijn niet nieuw, maar worden versterkt door het melkquotum af te schaffen.

De belangrijkste vraag zal straks zijn: Wat doen we met de melk? Door de Russische handelsboycot kunnen we de melk daar niet meer kwijt. Export naar China wordt ook steeds moeilijker, want daar zijn de importeisen voor melk aangescherpt nadat China overspoelt dreigde te worden door het Europese melkoverschot. En in Azië en Afrika is 90% van de bevolking lactose-intolerant. Laten we verstandig zijn en niet langer de melkboer van de wereld willen zijn. We kunnen in Europa veel beter inzetten op de regionale productie van plantaardige voeding.”

“Europa moet niet de melkboer van de wereld willen zijn”

Wat zijn de grootste risico’s voor de Europese landbouw?

“Doorgaan op de huidige doodlopende weg. Nog meer groei nastreven zal leiden tot minder boerenbedrijven. De bedrijven die overblijven hebben geen binding meer met de regio, geen binding met de grond en hun dieren, geen binding met de consumenten en geen binding meer met de maatschappij. Daarnaast zijn dierziekten, landbouwgif en genetisch gemanipuleerde organismen gevaren die niet alleen de landbouw bedreigen, maar ons allemaal. De meeste van deze risico’s zijn te voorkomen door te kiezen voor een duurzame en gezonde landbouwsector.”

Waarin zie jij kansen voor de Europese landbouw?

“Door een voorloper te worden op het gebied van regionale, toekomstgerichte landbouw, kunnen Europese boeren zich onderscheiden met gezonde en verantwoorde producten: producten zonder landbouwgif, zonder genetisch gemanipuleerde gewassen en met oog voor milieu en dierenwelzijn. De Europese landbouwsubsidies kunnen ingezet worden om de boerenbedrijven deze enorme omslag te laten maken. Het is een grote uitdaging om het groeimodel los te laten, maar het is een mooie kans om een kwalitatief goede toekomst te bieden voor boeren, burgers en buitenlui. Nú en in de toekomst. Een toekomst die niet afhankelijk is van overproductie en van afzet in Rusland, China of het Midden-Oosten.”

Welke rol kan Nederland hier bij vervullen?

“Momenteel is Nederland de grootste varkensexporteur binnen de EU en ons land hoort bij de grootste melkproducenten ter wereld. Zeker in Nederland is dus een grote slag te maken als het gaat om verduurzaming. Daar is heel veel voor nodig. Allereerst moet de Nederlandse overheid stoppen zich te verschuilen achter Brussels beleid. Vaak wordt eerst naar Brussel gewezen als milieukwesties of problemen omtrent dierenwelzijn in Den Haag worden aangekaart, maar Nederland heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast zou het veel  helpen als de sector de hand in eigen boezem steekt en ook zelf duurzaamheid en diervriendelijkheid voorop stelt.

Wanneer we naar de Europese consumenten kijken, dan zien we dat steeds meer mensen beseffen dat een omschakeling van een dieet met veel vlees of vis naar een meer plantaardige voeding grote voordelen biedt. Dit is niet alleen gezond, maar levert ook grote voordelen voor dieren, natuur en milieu en grote klimaatwinst op. Bovendien is deze eiwittransitie nodig om alle mensen op deze planeet, ook in de toekomst, van voldoende hoogwaardig voedsel te voorzien. Dit vraagt om innovatie, creativiteit en flexibiliteit in de hele keten. Ik ben er van overtuigd dat de Nederlandse sector bij uitstek deze eigenschappen in zich heeft en een voorbeeld voor Europa kan worden.”

Foto: GUE/NGL 2014

Leave a Reply