Interview Jan Huitema

janCarina van Os (vaste columnist Jong & Kritisch) interviewde Jan Huitema voor EUKNOWHOW.

Waarom wilde je het Europees parlement in?

“Mijn ouders zijn boer en ik ben ook boer geweest. Tachtig procent van de agrarische regelgeving komt uit Brussel. Ik heb gestudeerd aan de Universiteit Wageningen en heb stage gelopen bij de land- en tuinbouw organisatie, LTO, in Brussel. Later werd ik assistent van de Nederlandse Europarlementariër Jan Mulder en heb ik drie jaar voor een Duitse Europarlementariër gewerkt.”

Wat ging er door je heen toen je de verkiezingsuitslag hoorde?

“Ik werd ’s nachts gebeld door Jeroen Lenaers. Hij vertelde dat op Twitter een ANP-bericht stond dat ik gekozen was. In eerste instantie dacht ik dat het een grap was. We hadden een goede campagne gevoerd, maar we moesten een paar dagen wachten op de uitslagen. De VVD hoopte op vier zetels, maar dat bleken er drie te zijn en toen werd de kans dat ik gekozen was weer wat kleiner. Tegen de tijd dat de uitslagen bekend werden, was mijn goede gevoel van voor de verkiezingen nagenoeg verdwenen.”

Hoe heb je campagne gevoerd?

“Ik wilde zichtbaar zijn en nuchter overkomen; dicht bij de kiezer blijven en de agrarische sector erbij betrekken. Ik voerde campagne met ‘Brussel kan wel wat boerenverstand gebruiken’. Er moest ook iets ludieks komen, dus toen heb ik een klein trekkertje geleend van een buurman en ben ik daarop campagne gaan voeren. Iedereen in de landbouw kent die trekker wel.”

Hoe combineer je het werk binnen het Europees parlement met 130 koeien in Makkinga?

“Doordeweeks werk ik niet op het bedrijf. We hebben twee jonge mensen aangesteld om het werk te doen, dit gebeurt onder supervisie van mijn vader. In het weekend ben ik meestal weer terug op het bedrijf.”

Tijdens de campagne werd duidelijk dat je de belangen van agrarisch ondernemers wilt vertegenwoordigen. Wat wil je voor hen bereiken in de komende vijf jaar?

“Ten eerste wil ik dat ze niet belemmerd worden bij de dingen waar ze goed in zijn. Ze moeten kunnen ondernemen en innoveren. Boeren moeten meer vertrouwen krijgen van de overheid in plaats van wantrouwen. Ik denk dat het de taak van de overheid is om simpele en effectieve regelgeving op te leggen en agrarisch ondernemers niet af te remmen. Ten tweede vind ik dat de overheid betrouwbaar moet zijn: als zij nu iets zegt, moet ze dat niet morgen weer veranderen. Het is belangrijk dat men weet waar men op de lange termijn aan toe is. Verder is de Nederlandse agrarische sector toonaangevend in de wereld; we lopen veelal voorop. Het moet niet zo zijn dat het Europees beleid Nederlandse agrariërs afremt, omdat andere landen nog niet zo ver zijn als wij.”

ALDE wil Europa de wereldleider op het gebied van milieubescherming maken, hoe zie je dit samengaan met de belangen van de agrarisch ondernemers?

“Ik zet er mijn vraagtekens bij. Europa is belangrijk, maar de rest van de wereld gaat ons echt niet volgen. We kunnen hier in Europa wel strenge eisen stellen, maar als we te ver gaan, zetten we onszelf buiten de markt. Andere landen die niet aan deze regels moeten voldoen maken minder kosten, en hun producten kunnen wij wel importeren. Zo ontstaat ongelijke concurrentie.”

En Europese milieuregelgeving en agrariërs meer algemeen?

Dat gaat prima samen. Nederland en Duitsland houden zich vrij nauw aan de regelgeving. Het is belangrijk dat andere EU-landen op het niveau van Nederland komen qua naleving van deze regels. Nederland loopt voorop op het gebied van milieubescherming en hoeft de komende jaren niet veel te verbeteren. Het is nu even aan de andere Europese landen.”

Het melkquotum wordt vanaf 2015 opgeheven, wat vind je hiervan?

“Uitstekende zaak. Het melkquotum is bedacht omdat wij overproductie hadden. Hoe meer er door boeren werd geproduceerd, hoe meer subsidie zij kregen, dus er werd veel te veel geproduceerd. Vanaf 2000 zijn deze subsidies langzaam afgeschaft; er wordt nu een vast bedrag subsidie per bedrijf gegeven. Het melkquotum voorkomt dat we meer kunnen gaan produceren, dus als er nu vraag is naar zuivel, zullen andere landen dat opvangen. Het melkquotum was functioneel in dat andere systeem, maar is nu alleen nog een blok aan ons been.”

Hoe sta je tegenover inkomenscompensatie?

“De Nederlandse agrarische sector is ontzettend innovatief en ondernemend, dat moet veel meer door het Europees landbouwbeleid gestimuleerd worden. De concurrentiepositie van agrarische ondernemers moet worden verbeterd, zodat ze een goed inkomen uit de markt kunnen halen en niet afhankelijk zijn van inkomenssteun uit Brussel.”

 

Leave a Reply