De Lobbyist: Regionale Vertegenwoordigingen in Brussel

Door Milos Labovic

Ok, nu begeef ik mij op glad ijs. Ik ga iets schrijven over regionale vertegenwoordigingen in Brussel, terwijl ikzelf ook een regionale vertegenwoordiger ben. Ik vertegenwoordig namelijk het prachtige Zeeland bij de Europese Unie. But okay, here goes.

Talloze redenen

Er zijn ongeveer 200 regio’s vertegenwoordigd in Brussel. Van Sicilië tot en met de Highlands, van Extremadura tot en met Opolskie. Hier zijn uiteenlopende redenen voor. Sommige regio’s hebben een duidelijk gedefinieerd belang in Brussel en weten daarom dondersgoed waarom zij in Brussel een kantoor hebben. Zo zijn er regio’s waarvan de industrieën enorm onderhevig zijn aan EU wetgeving. Denk aan visserij of agrarische regio’s. Maar er zijn ook regio’s die miljarden aan EU fondsen ontvangen en bang zijn dat ze dat geld kwijtraken. Die lobbyen dan om behoud van deze fondsen. Er zijn ook regio’s met onafhankelijkheidsambities en om die reden een vertegenwoordiging in Brussel hebben. Denk aan Catalonië. Er zijn ook regio’s die in Brussel zitten omdat ze sowieso vinden dat ze aangehaakt moeten zijn. Die functioneren dan meer als een soort EU infobureau en ontvangen bezoekersgroepen en politici uit de regio. Kortom, er zijn talloze redenen om vertegenwoordigd te zijn in Brussel. De ergste reden om als regio in Brussel vertegenwoordigd zijn, is omdat het op een gegeven moment in de mode was om in Brussel een kantoor te hebben. Vertegenwoordigingen zijn dan een soort speeltje van ambitieuze politici. Die heb je er ook tussen zitten. Het komt ook weleens voor dat een Provincie of een regio geen flauw idee hebben wat ze in Brussel doen. Dan kunnen ze het kantoor beter sluiten.

Ook de grootte en de vorm van een regionale vertegenwoordiging is heel verschillend. De Nederlandse Provincies werken samen in het Huis van de Nederlandse Provincies. Italiaanse regio’s gaan meer ieder voor zich. De Duitse Bundeslanders zijn landen op zich. Met als ultiem voorbeeld Beieren. Beieren heeft een kasteel pal naast het Europese Parlement als kantoor. Dit staat in schril contrast met andere vertegenwoordigingen die soms niet meer zijn dan een kamer met een pc.

Lidstaat vs Regio

Er bestaat een gezonde spanning tussen regio’s en lidstaten. In andere woorden tussen de regionale vertegenwoordigingen en de ambassades (de permanente vertegenwoordigingen). In de meeste gevallen hebben zij hetzelfde belang, maar er zijn ook gevallen bekend dat een regio iets ander wil dan de nationale overheid. Dat is altijd lastig en moeilijk. Mijn ervaring is dat men zo veel mogelijk moet proberen op te trekken met het Rijk. Als dat dan toch niet kan, dan moet men trachten om daar afspraken over te maken en in ieder geval het niet hard te spelen.

Spijkerharde belangen in Brussel

EU is serious business. Een verandering in Europese regelgeving kan ervoor zorgen dat bedrijven moeten sluiten. Een verandering in technische standaarden of het toelaten van importeurs uit China op de markt bijvoorbeeld. Op dit moment zijn er onderhandelingen over de toegang van China tot de Europese markt. Als China de status van markteconomie krijgt dan zullen nog meer Chinese producten vrij spel op de Europese markt krijgen. Dat is vooral slecht nieuws voor de keramische industrie en de fietsindustrie. Maar die industrieën zijn niet op Mars gestationeerd. Zij zijn diep verankerd in regionale gemeenschappen. In dit specifieke geval zullen er 30.000 banen verloren gaan in Spanje en Italië. Je kunt je voorstellen dat als je een burgemeester in Italië bent, je graag invloed hebt op het Europese beleid. En als het niet lukt om een besluit tegen te houden, dan wil je op zijn minst door Europa gecompenseerd worden.

Eurobillions

Het leeuwendeel van het Europese budget wordt ingenomen door regionale fondsen. Ongeveer 320 miljard. Om een beeld van de verdeling te krijgen; de Nederlandse Provincies krijgen circa 2,1 miljard uit de pot, terwijl Polen 80 miljard krijgt. Voor sommige regio’s zijn Europese gelden de enige manier om investeringen te doen. Dit beleid wordt elke zeven jaar herzien. En dat levert elke zeven jaar winnaars en verliezers op. Je kunt je voorstellen dat als je regio afhankelijk is van Europese financiering dat het loont om een vertegenwoordiging in Brussel te hebben.

 

Volg Milos op Twitter of Instagram

Leave a Reply